vrijdag 27 mei 2011

Shiai 試合

Ik moet toegeven dat ik mezelf in veel teksten die ik heb geschreven nogal heb vergist met het schrijven over shiai. Tot ik deze week getroffen werd door een topic op het Judoforum en een blog van 'Waki', en naar aanleiding van het Judoforum wat correspondentie ontstond met één van de leden die mij zijn eigen geschiedenis vertelde. En hij kon me exact het verschil vertellen tussen shiai en competitie.

De Engelse taal leent zich daar nog beter voor dan het Nederlands. Want het Engels kent twee woorden voor ‘wedstrijd’ in onze taal. Ze hebben het over een ‘match’ of ‘contest’ en over ‘competitie’. Twee verschillende dingen.

Maar laten we om te begrijpen waarom Jigoro Kano wél voor shiai was en niet zo voor competitie, de taal zelf er bij nemen.

Een test

Shiai. 試合
De analyse van de twee kanji maakt ons wijzer.

合 ai. Ai, dat is een mooi kanji… Hoe komt het sleutelwoord van bijvoorbeeld 合気道 aikidō nu terecht in een woord wat zo ‘besmet’ kan klinken door onderlinge strijd. Ja, het is hetzelfde kanji en zelfs in deze samenstelling verliest het niet opeens zijn betekenis Het betekent altijd iets van ‘vereniging, eenheid’. Al wordt het kanji in zeer veel verbindingen niet uitgesproken als ‘ai’.
試 shi. Shi betekent zoveel als ‘proberen, testen.’ Alle Japanse woorden voor examen en repetities hebben dit kanji in zich.

Shiai betekent dus letterlijk vanuit de kanji: het testen van de eenheid. En dat zou het nu ook nog moeten betekenen. Daarom is het Engelse woord ‘match’ (niet te verwarren met lucifers) een prima vertaling die zelfs een Duits Kanji-Lexikon daarom gewoon laat staan. ‘Match’ betekent: het komt overeen. ‘Contest’ komt uit het Latijn contestari, en betekent: ‘samen iets laten zien’. Het woord ‘test’ is van dezelfde stam. Een test = laten zien wat je kunt. Het woord ‘contest’ is in de kern dus de meest letterlijke vertaling!
In de wedstrijdbetekenis van shiai komt verder altijd het speelse karakter naar voren. Shiai is ook een ‘spel’, geen gevecht op leven en dood. In dat geval kom je meer uit bij 戦闘 in rômaji sentou, of het woord voor competitie-vechten 闘技 tougi, waarin hetzelfde kanji 闘 tou zit, wat met gewelddadig vechten te maken heeft. Shiai heeft dat niet in zich. Het kanji ‘ai’ wijst in de richting van harmonie.

Competitie
Het competitie-element heeft meer te maken met het tegenovergestelde van beide strijders. Het Latijnse com-petere is zoveel als: ‘samen streven, aanvallen, aanpakken’. Het ‘samen’ van competition en contest is heel verschillend. Maar dat is de oorsprong. Hoe het nu beleefd wordt, is bijna gelijk. Dan zit je, ook als het sportief bedoeld is, in de sfeer van oppositie en rivaliteit. Tegenstanders.
Daar kan het Japans ook wat van. 競争 in Rômaji kyousou. Het kanji 争 heeft in zich altijd iets van concurrentie, strijd, en als je het kanji 競 kyo(u) al goed bekijkt zie je als het ware twee poppetjes staan waarvan de linkse de rechtse een scherpe schop tegen zijn achterste geeft… Het kanji komt in alle verbindingen voor waarin sportwedstrijd wordt gehouden. Een van beiden moet winnen, een wed-kamp. Jij óf ik, in plaats van jij én ik.

Dat laatste is het beslissende, ook in judo. Het gaat fout in judo-filosofie wanneer het ‘jij én ik’, de fundamentele eenheid en harmonie, wordt doorbroken. Dan wordt het één van de twee en dat is geen harmonie. Dat één van de twee is concurrentie, competitie. (Ik moet overigens wel opmerken dat het Japans één combinatie kent 競合 kyogi, die het kanji 競 en 合 verbindt. Het betekent zoveel als: ‘wederzijds’ vechten. Ahum.)

Toepassing

Een van de leden van het judoforum schreef me “Shiai is what Kano envisaged as the ultimate test of a judoka and his judo, competition is about winning.” (Shiai werd door Kano beschouwd als de ultieme test van een judoka en zijn judo, competitie gaat over winnen.) En dat klopt. Er is niet alleen taalkundig (zoals ik boven aantoon) een verschil tussen shiai en competitie, maar ook als je het toepast.

Ik wist dat eigenlijk al, want op mijn website citeer ik Hanon, die al in 2008 zei: “In judo is onze partner de belangrijkste persoon die we hebben. Waarom? Wel, iedere keer als we shiai doen, en willen winnen door een ippon, en we zo doen, werken we al oefenend aan het nut/de voortgang van onszelf. Het echte doel van shiai is om onszelf te trainen en de lichamelijke handeling is meer het middel wat we daarvoor gebruiken.” Tsja.

Shiai is hartstikke goed!

Eigenlijk is shiai dus iets goeds in het judo en als zodanig door Kano ook gewild. Als een soort examen. Ik snap NU ook pas waarom men vanouds shiai koppelde aan danexamens. Niet het danpuntenverhaal van tegenwoordig. Want shiai is eigenlijk een vaardigheidsexamen, een praktijktest. Laat maar eens zien dat je het kunt. Niet aan je ‘tegenstander’ want die bestaat niet. Maar aan jezelf! Dat je een graad waardig bent of niet. Ippon voor je eigen judo. Niet omdat je de ander op de rug gooit of onderwerpt, maar omdat je samen technisch iets goeds neerzet. Con-testari. Samen tonen… Met verschillende partners waarop jij moet reageren. Allemaal als test. Een test in harmonieuze judo-partnerschap.

Is dat echt zo?

Ja, dit is echt zo. Maarrrr… wie beleeft dit zo? Ik zou ondanks mijn leeftijd en gezondheid best op enig moment shiai willen doen met judoka die zichzelf ook willen testen – al hoef ik niets te bewijzen, ik ben wie ik ben… Maar waar zijn die judoka waarmee we die test kunnen doen? Wij hebben ons met dank aan de judobonden en federaties overgeleverd aan een sportief judo waarin het winnen het doel is geworden. De judoka die me via het judoforum zijn verhaal vertelde, schreef me over zijn wedstrijden die hij deed om zijn eigen kunnen te testen, zonder drijfveer van medailles – shiai – en hoe veel hij daarvan leerde. Later werd hij professional en moest geld verdienen met overwinningen en hij wist dat wat hij toen deed anders was – competitie – inclusief de vuile trucs en strategieën. Interessant dat er mensen zijn die het zó sterk gevoeld hebben. Het is waar.

Het lukt niet meer
Het probleem tegenwoordig is het ontbreken van echt shiai. Judoka die zichzelf willen testen, lopen tegen judoka aan die jou willen breken, althans… jou als tegenstander zien. Shiai is iets van twee judoka, niet van één die met een andere intentie een toernooi in gaat. In theorie kán dat, maar in de praktijk niet. Als jij zoekt naar eenheid met iemand die dat niet zoekt, heb je geen eenheid, zo simpel is dat. Ik weet inmiddels ook wat judo is met een judoka die eenheid zoekt, en hoe goed dat voelt. Dan heb je bijna geen zin meer in ander judo. It takes two to tango, en zo ook voor judo. Het moderne competitieklimaat heeft andere bedoelingen.

Het juiste onderscheid

Het is mij wel duidelijk geworden dat shiai in oorsprong iets beters betekent dan wat er gewoonlijk van gemaakt wordt. En men heeft gelijk, dat de nadruk op competitie het judo uit balans brengt zonder kata en randori. Maar ik zou het dus met deze blog nog sterker willen zeggen. Kata, randori en shiai moeten in balans zijn, zoals de Stichter het wilde. Kata de grammatica, randori de vrije oefening, shiai het examen. En om die reden niet alleen examen willen doen – wie wil dat nou? Maar judo moet eigenlijk he-le-maal stoppen met competitie. Competitie is géén shiai en competitie is tegen de geest van het judo. Die strijd is echter al zo oud als het judo zelf… dus waar hebben wij het dan nu over?

Ik moet mijn websites aanpassen. Begrippen zuiveren. Ik zette op mijn website het citaat van Kano: “Een van de redenen voor het verval van het judo zoals dat vandaag de dag wordt beoefend is, dat allereerst het hedendaagse judo in toenemende mate competitief van natuur is. Wedstrijden waren aanvankelijk geïntroduceerd als een middel om bij de studenten een grotere interesse voor judo training op te wekken.” (Jigoro Kano, Judo Memoirs, p.38.) Waki citeert het terecht. Het is wel de vraag welk woord er in het Japans gestaan heeft. Ik heb het uit het Engels vertaald en daar staat ‘competitive’ als ik competitief vertaal, maar waar ik wedstrijden vertaal, heeft Brian Watson (de vertaler) het woord ‘contest’. Tsja. Taal maakt veel uit. De valkuil is duidelijk. Om te verduidelijken wat Kano zegt, vertaal ik ook het vervolg van Kano’s citaat: “In de Kodokan zijn er nu maandelijkse grading contests, in aanvulling op de rood-witte team competiton die twee keer per jaar wordt gehouden, in het voor- en najaar.” Kano ziet dus al twee soorten ‘wedstrijden’, die ter gelegenheid van een bandexamen worden gehouden – en ik wed dat dáár ‘shiai’ zal staan in het Japans – en die twee echte competities, die in alles lijken op sportieve wedstrijden. Daarbij moeten we bedenken dat volgens Kano deze problemen met het toenemende competitieve denken al sinds… 1885 bestaan – toen de eerste regels voor de rood-witte competitie zijn uitgevonden. (vgl. Judo Memoirs p. 41) Duidelijk is, dat zelfs de uitvinder van het judo niet in staat was competitie tegen te houden…! Als je dit allemaal leest, snap je nog beter waarom Morihei Ueshiba alles wat maar op wedstrijden leek, in aikido verbande. Het is al in de oorsprong van het judo misgegaan.

Mentaal punt

Uiteindelijk zou het zo ver niet hoeven komen, als de mens niet zo slecht was en zo graag de medemens als tegenstander zou beschouwen. Shiai is goed bedoeld en zou goed moeten zijn voor het judo, maar in handen van mensen die hun ego ermee willen promoten ten koste van anderen, wordt het als kernenergie in de handen van bommenmakers. Het probleem is niet wat het is, maar wat men er van gemaakt heeft. Om reden van doel en resultaat, is de balans nog belangrijker. En kwetsbaarder.

Het juiste onderscheid maken. Uiteindelijk is de grote test van ons judo: het leven. De echte shiai doen we met ons hart. Interactie met mensen op de tatami van ons bestaan. De test of we werkelijk één kunnen zijn met mensen. Wasei. Een levenslang examen van harmonie en vrede. Het probleem is niet het judo, maar de mens. Positief gezegd: de uitdaging is de mens in het judo en daarbuiten. De ander als jezelf beschouwen. Slagen we voor die (con)test?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen